Veelgestelde vragen

Hieronder treft u een lijst met de meest aan ons gestelde vragen. Klik op een vraag om het antwoord te zien.

  1. Wat zijn de voor- en nadelen van implantaten?
  2. Is de behandeling pijnlijk?
  3. Welke ongemakken kan ik verwachten na de behandeling?
  4. Wat mag ik vóór en na de behandeling niet doen?
  5. Moet ik zorgen voor vervoer na de behandeling?
  6. Hoe lang gaat een implantaat mee?
  7. Is er garantie op een implantaat?
  8. Kan een implantaat worden afgestoten?
  9. Wanneer kunnen implantaten niet worden toegepast?
  10. Kan er na verlies van een implantaat weer een ander worden geplaatst?
  11. Kan een implantaat weer verwijderd worden?
  12. Ben ik te oud of te jong voor implantaten?
  13. Kun je verschil zien tussen implantaatkronen en eigen tanden?
  14. Kan er een brug worden gemaakt op één implantaat en één eigen tand?
  15. Kan een volledige implantologische behandeling binnen één dag?
  16. Is het mogelijk te implanteren als het tandvlees ontstoken is?

WAT ZIJN DE VOOR- EN NADELEN VAN IMPLANTATEN?

Voordelen:

  • implantaten zitten vast in de kaak en maken een vaste constructie mogelijk
  • het gebit voelt weer aan als “eigen”, waardoor grote psychologische winst
  • veel comfortabeler dan uitneembare constructie
  • de kaak blijft in model (de kaakwal slinkt niet meer)
  • eigen tanden of kiezen hoeven niet meer te worden afgeslepen (zoals bij bruggen)
  • sterk en niet gevoelig voor tandbederf

Nadelen:

  • kostbaar
  • behandelingstraject vaak langer
  • chirurgische ingreep
  • soms op medische gronden niet mogelijk

IS DE BEHANDELING PIJNLIJK?

Nee. De behandeling zelf is niet pijnlijk omdat deze onder plaatselijke verdoving wordt uitgevoerd. U kunt wel napijn krijgen, waartegen u pijnstillers voorgeschreven krijgt. Deze kunt u eventueel al voor de behandeling innemen.

WELKE ONGEMAKKEN KAN IK VERWACHTEN NA DE BEHANDELING?

Afhankelijk van de omvang van de operatie moet u rekening houden met enige zwelling en tijdelijke verkleuring van slijmvlies, wang en lippen. Deze kan in uitzonderlijke gevallen vrij heftig zijn, maar doorgaans valt dat mee. Om dit te beperken krijgt u na de behandeling een koudekompres die u 15 à 30 minuten tegen uw gezicht moet houden.

Een enkele keer treedt er een tijdelijke verkleuring van de hals op, meestal als er een bot-toevoegende operatie is uitgevoerd. Soms kan een lichte nabloeding optreden, die meestal snel stopt als u enige tijd flink op een gaasje bijt.

Soms kan er na het plaatsen van implantaten in de onderkaak een lichte tinteling of verdoofd gevoel van de onderlip optreden. Dit gevoel verdwijnt over het algemeen na enige tijd vanzelf.

Door het spoelen met een desinfecterend middel (Corsodyl® of Perio-Aid®, bijvoorbeeld) kunnen de tong en tanden donker verkleuren. De aanslag op de tong verdwijnt na staking van het gebruik vanzelf, de aanslag op de tanden zal worden schoongemaakt door de behandelaar of de mondhygiëniste.

WAT MAG IK VÓÓR EN NA DE BEHANDELING NIET DOEN?

  • Alcoholgebruik moet zoveel mogelijk beperkt worden gedurende de eerste twee weken na de behandeling.
  • Roken wordt zeer sterk afgeraden van twee weken vóór tot zes weken na de behandeling, daar roken de wondgenezing duidelijk negatief beïnvloedt.
  • Wanneer u geheel tandeloos bent mag u, afhankelijk van de omvang van de operatie, de eerste week alleen gepureerd voedsel eten. In de tweede week kan hier wat fijngemaakt voedsel aan worden toegevoegd.
  • Voorkom belasting van het gebied waarin geïmplanteerd is.
  • Zorg dat u vóór de behandeling geen make-up en/of lippenstift op doet! Dit moet anders voor de operatie worden verwijderd.
  • Als u een plaatje of prothese hebt, mag u dat niet dragen totdat dat is aangepast door uw behandelaar. Dat kan soms direct na de behandeling, soms pas één of twee weken daarna. Het streven is wel om u zo kort mogelijk “zonder tanden” te laten lopen.

MOET IK ZORGEN VOOR VERVOER NA DE BEHANDELING?

Ja. Op de dag dat u operatief behandeld wordt is het aan te raden dat u voor vervoer zorgt. Als u valium hebt ingenomen mag u beslist niet zelf aan het verkeer deelnemen. Bij wat kleinere ingrepen kunt u wel eventueel van het openbaar vervoer gebruik maken. Soms is de ingreep zo eenvoudig dat u wèl zelf kunt autorijden of fietsen, maar dit dient wel van tevoren met uw behandelaar overlegd te worden.

HOE LANG GAAT EEN IMPLANTAAT MEE?

De levensduur van implantaten neemt toe naarmate de kennis en ervaring in de implantologie toeneemt. In de onderkaak functioneren in ca. 98 van de 100 gevallen de implantaten na tien jaar nog probleemloos. De prognose in de bovenkaak ligt met 95% wat lager. De oorzaak van dit verschil ligt in de wat brozere structuur van het bot in de bovenkaak.

De levensduur van een implantaat is verder afhankelijk van hoe het onderhouden wordt. Het is heel belangrijk dat een implantaat goed wordt schoongehouden. Verder heeft roken een zeer negatieve invloed op de levensduur van de implantaten.

IS ER GARANTIE OP EEN IMPLANTAAT?

Ja. Zie hoofdstuk garantie.

Een implantaat wordt geplaatst in een levend organisme waar soms onvoorziene reacties optreden. Het vastgroeien van een implantaat is in mede afhankelijk van de medewerking van de patiënt. Als die onvoldoende is kan de behandelaar daar niet altijd verantwoording voor dragen. Mocht er onverhoopt iets mis gaan dan zal de kliniek er niettemin alles aan doen om met u tot een bevredigende oplossing te komen.

KAN EEN IMPLANTAAT WORDEN AFGESTOTEN?

Nee. Een implantaat van titanium heeft een buitenoppervlak van titaniumoxide of hydroxyapatiet dat buitengewoon biocompatibel is. Dat wil zeggen dat het bot het als het ware als lichaamseigen beschouwt en daar graag tegenaan wil groeien.

Niettemin komt het voor dat een implantaat verloren gaat (zie boven: succespercentage). Er kunnen hier verschillende redenen voor zijn:

  • Roken. Het is wetenschappelijk aangetoond dat roken een veel hogere kans geeft op mislukken van een implantaat. Veel implantologen weigeren dan ook om implantaten te plaatsen bij personen die roken.
  • Contaminatie (= besmetting met bacteriën) tijdens plaatsing (om dit te voorkomen wordt i.h.a. onder een Antibioticum-spectrum geïmplanteerd).
  • Te vroege belasting van het implantaat (te korte tijd voor osseointegratie) (om dit te voorkomen wordt in principe een veilige inhelingstijd aangehouden).
  • Te zware belasting van het implantaat, b.v. bij heel korte implantaten en lange klinische kronen in combinatie met tandenknarsen (ook hier is een veilige inhelingsperiode van groot belang).
  • Zeer aggressief milieu in de mond: het kan wel voorkomen dat er bepaalde agressieve bacteriën in de mond aanwezig zijn, die zich aan het oppervlak van het implantaat hechten en zo een ontstekingsreactie van het omringende tandvlees veroorzaken waardoor het houvast verloren gaat. Deze bacteriën dienen dan ook door adequate mondhygiëne en eventuele antimicrobiële therapie te worden bestreden(hier is goede mondhygiëne van het allergrootste belang).
  • Ongunstige lichamelijke omstandigheden, zoals ernstige e/o slecht instelbare suikerziekte, implantaten in bestraald gebied, zeer droge mond door b.v. een auto-immuunziekte (M. Sjögren).
  • Historie van parodontitis, d.w.z. onstoken tandvlees. Bij patiënte die in het verleden tanden of kiezen hebben verloren door tandvleesontstekingen komt het vaker voor dat er rondom implantaten ook tandvleesproblemen optreden. Deze kunnen heel hardnekkig zijn en zijn vaak erg moeilijk te behandelen. Het is daarom erg belangrijk dat implantaten direct na het in gebruik nemen iedere dag grondig worden gereinigd met ragers met een desindfecterende tandpasta (b.v. Perio-Aid gel tandpasta)(naast het gewone tandenpoetsen).
  • Combinatie van bovengenoemde factoren.

WANNEER KUNNEN IMPLANTATEN NIET WORDEN TOEGEPAST?

Het succes van een implantologische behandeling hangt van een aantal factoren af:

  • Er dienen geen ernstige gezondheidsproblemen te zijn, zoals recente bestraling van het hals-hoofd gebied, slecht ingestelde suikerziekte of gebruik van bepaalde geneesmiddelen (corticosteroïden).
  • Osteoporose hoeft geen bezwaar te zijn maar maakt het wel vaak noodzakelijk om een wat langere ingroeiperiode aan te houden
  • Bij slechte mondhygiëne, roken of tandenknarsen is de kans op problemen aanzienlijk verhoogd
  • Bij ontstoken tandvlees is implanteren niet verantwoord. Als er tandvleesproblemen zijn moeten die eerst grondig behandeld worden. Dit kan door uw eigen tandarts of een specialist (parodontoloog) gedaan worden.

KAN ER NA VERLIES VAN EEN IMPLANTAAT WEER EEN ANDER WORDEN GEPLAATST?

In principe wel. Het hangt af van de oorzaak van het verlies van het implantaat. Als deze oorzaak bekend is en kan worden weggenomen dan kan er na verwijdering en genezing van het bot met succes weer een nieuw implantaat worden geplaatst.

KAN EEN IMPLANTAAT WEER VERWIJDERD WORDEN?

Moeilijk. Een implantaat is op den duur helemaal vergroeid met het bot. Als het het bot helemaal tegen het implantaatopervlak is aangegroeid, is het uitschroeven van het implantaat onmogelijk geworden. Het implantaat moet dan losgeboord worden wat betekent dat er een laagje bot rondom het implantaat verloren gaat. Als dit met zorg gebeurt kan er in principe na enige tijd weer een nieuw implantaat geplaatst worden.

BEN IK TE OUD OF TE JONG VOOR IMPLANTATEN?

In principe bent u nooit te oud voor een implantaat. Zolang u gezond bent en de behandeling fysiek aan kunt is implanteren mogelijk. Het is al regelmatig met veel succes bij 90-plussers toegepast.

Men kan wel te jong zijn voor implantaten. Er kan beter niet voor het twintigste jaar worden implanteerd. Het is verstandig om tot die leeftijd tanden en kiezen met een tijdelijke constructie te vervangen.

Om succesvol implantaten te kunnen krijgen is het namelijk absoluut noodzakelijk dat de kaken volgroeid zijn. Dit is niet bij iedereen op hetzelfde tijdstip het geval. Als te vroeg wordt geïmplanteerd zal het implantaat op zijn plaats “vast” blijven zitten en niet meegroeien, terwijl de andere tanden en/of kiezen wel nog verder uitgroeien. Daardoor zal het implantaat uiteindelijk onder het niveau van de buurelementen blijven hangen. Dit ziet er erg lelijk uit en er is vervolgens ook weinig meer aan te doen.

Om zeker te zijn of er niet te vroeg wordt geimplanteerd kunnen schedelröntgenfoto’s die met een zeker tijdsinterval genomen zijn met elkaar worden vergeleken. Indien er geen verschil wordt waargenomen tussen de foto’s betekent dit dat de groei is gestopt en er kan worden geïmplanteerd.

KUN JE VERSCHIL ZIEN TUSSEN IMPLANTAATKRONEN EN EIGEN TANDEN?

Over het algemeen kunnen kronen en bruggen op implantaten zo worden gemaakt dat niemand het verschil opmerkt. Alleen bij een heel nauwkeurige inspectie zal soms enig verschil met eigen tanden en kiezen te zien zijn, maar dit geldt ook voor conventionele kronen en bruggen.

Er wordt nog steeds vooruitgang geboekt op het gebied van de esthetiek. Sinds het vastgroeien (osseoïntegratie) geen probleem meer is, zijn onderzoekers wereldwijd bezig om implantaat-gedragen kronen en bruggen een steeds mooier en natuurlijker uiterlijk te geven.

KAN ER EEN BRUG WORDEN GEMAAKT OP ÉÉN IMPLANTAAT EN ÉÉN EIGEN TAND?

Dit kan wel, maar is niet aan te raden. Dit werd vroeger wel gedaan, maar deze constructies gaan op den duur meestal stuk. Een eigen tand heeft een wortelvlies dat een klein beetje beweging toelaat (resiliëntie). Een implantaat geeft echter totaal niet mee omdat het stijf verankerd zit in het bot. Door dit verschil in beweeglijkheid wordt alle druk op het implantaat uitgeoefend waardoor de schroef in het implantaat stuk kan gaan en soms het implantaat zelf ook breekt.

Als één vaste constructie over de hele kaakboog wordt gemaakt is de verbinding over het algemeen wel sterk genoeg om een koppeling tussen eigen tanden en implantaten te maken. In feite komt het er dan op neer dat alle implantaten de constructie dragen en de eigen wortels daar geen extra steun aan geven.

KAN EEN VOLLEDIGE IMPLANTOLOGISCHE BEHANDELING BINNEN ÉÉN DAG?

In het algemeen geldt dat hoe meer tijd wordt genomen om de implantaten vast te laten groeien hoe minder risico er is dat er naderhand problemen zullen optreden.

Als in de onderkaak alleen nog een paar voortanden over zijn of deze recent zijn verwijderd, en er nog veel bot aanwezig is kan binnen één dag een vaste brugconstructie op drie of meer stevige implantaten worden gemaakt, zodat u ’s avonds al een lichte maaltijd kunt gebruiken. De vorm van de kaak moet wel geschikt zijn, daar de implantaten d.m.v. een sjabloon op een exact vastgestelde plaats worden aangebracht.

Een andere methode is de zogenaamde “Amsterdambrug”. Hierbij worden meer implantaten op de meest geschikte plaatsen geplaatst en wordt al of niet met behulp van een oude prothese een vastzittende constructie gemaakt. Naderhand kan een definitieve voorziening worden gemaakt.

Als er één tand ontbreekt of verwijderd moet worden en het bot in goede conditie is en er geen ontstekingen zijn, is het ook mogelijk om direct na het plaatsen van het implantaat daar een tijdelijke kroon op te plaatsen, zodat er niet een andere tijdelijke voorziening gemaakt hoeft te worden.

IS HET MOGELIJK TE IMPLANTEREN ALS HET TANDVLEES ONTSTOKEN IS?

Bij ontstoken tandvlees is implanteren niet verantwoord. Als er tandvleesproblemen zijn moeten die eerst grondig behandeld worden. Dit kan door uw eigen tandarts of een specialist (parodontoloog) gedaan worden.

Bereikbaarheid

De kliniek is gevestigd aan de Stadionweg, vlak bij de kruising met de Beethovenstraat.

Adres

Stadionweg 35-hs
1077 RW AMSTERDAM
Tel: 020-6700440
Fax: 020-6709161

Klik op de onderstaande link voor meer informatie en een routebeschrijving:

Bereikbaarheid